|
Methodologie
Bevraging
op vestigingsniveau| Steekproef
| Bevraging | Opbouw
Vragenlijst
Bevraging van de ganse economie op vestigingsniveau
Voor het PASO-onderzoek is geopteerd om organisaties
te benaderen op vestigingsniveau. Een vestiging wordt hier omschreven
als ‘elk filiaal waar al dan niet meerdere economische activiteiten
worden uitgevoerd’. Waarom onderzoek op vestigingsniveau?
We gaan er van uit dat een vestiging een relatief zelfstandig organisatie-
en personeelsbeleid kan voeren (d.i. onafhankelijk van de overkoepelende
organisatie). Belangrijke beslissingen worden vaak op vestigingsniveau
genomen. Daar komt bij dat een bevraging op vestigingsniveau de
juistheid en volledigheid van de verzamelde informatie ten goede
komt. De respondent moet immers enkel antwoorden voor de vestiging
waarin hij/zij werkt en niet voor een groter geheel. Tenslotte heeft
een bevraging op vestigingsniveau als belangrijk voordeel dat de
lokale arbeidsmarktproblemen beter in kaart kunnen gebracht worden.
Bij de selectie van vestigingen worden geen uitsluitingscriteria
gehanteerd. Dit wil zeggen dat alle organisaties met minstens één
werknemer in aanmerking komen en dat alle sectoren (privaat en publiek;
profit en non-profit) vertegenwoordigd zijn in de steekproef.
Steekproef
Er bestaan weinig bronnen die informatie verstrekken
over Vlaamse vestigingen. De meest volledige informatie kan worden
gevonden bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Deze dienst
verzamelt de gegevens van alle Belgische werkgevers (het RSZ-werkgeversbestand)
en hun inrichtingen (het RSZ-inrichtingenbestand). Op basis van
het unieke RSZ-nummer werden deze twee bestanden geïntegreerd.
Het resultaat is het meest volledige bestand met alle Belgische
vestigingen, met inbegrip van de private, de overheids- en de non-profit
sectoren. De gemeente en het postnummer worden gebruikt om de Vlaamse
organisaties uit dit bestand te filteren. Naast de volledigheid
van het bestand schuilt een ander belangrijk voordeel in de inbegrepen
informatie. Deze informatie laat toe een gestratificeerde toevalssteekproef
te trekken met sector en grootte als stratificatievariabelen. Hierdoor
wordt de representativiteit van de steekproef op deze drie variabelen
nagestreefd.
Bevraging
Er is geopteerd de bevraging te organiseren in de
vorm van een websurvey. Dit houdt in dat alle deelnemende organisaties
een folder toegestuurd
krijgen met de situering van het onderzoek en het adres van de vragenlijst
op het web. Door middel van een unieke gebruikerscode en bijhorend
paswoord kunnen de respondenten inloggen en starten met het invullen
van de vragenlijst. De kleinste vestigingen (minder dan tien werknemers)
en vestigingen die geen toegang hebben tot het web, krijgen een
schriftelijke versie van de vragenlijst (postenquête). De
eerste brief met folder wordt gevolgd door een schriftelijke rappel
en twee telefonische follow-ups. Ook hierbij krijgen de organisaties
uitdrukkelijk de mogelijkheid een schriftelijke vragenlijst aan
te vragen. Daarnaast wordt ook naar de redenen van non-respons gevraagd
bij deze organisaties die niet wensen deel te nemen aan het onderzoek.
Opbouw van de vragenlijst
Om inzicht te krijgen in de manier waarop PASO de
huidige stand van zaken en de evoluties aangaande het product-,
technologie-, organisatie- en personeelsbeleid in Vlaamse vestigingen
wil optekenen, is het nodig even stil te staan bij de opbouw van
de vragenlijst. Deze bestaat uit drie delen. De zogenaamde A-vragen
vormen de kern van de vragenlijst. Deze vragen worden bij elke jaarlijkse
meting opgenomen. Het gaat hierbij voornamelijk om kengetallen die
niet alleen de dynamiek van de organisaties in kaart brengen, maar
die tevens een barometerfunctie vervullen. Dit laatste betekent
dat de gegevens ons een eerste indruk geven over de algemene situatie
(‘gezondheid’) van de vestiging en het ons mogelijk
maken een typologie van organisaties op te stellen. Voorbeelden
zijn o.a. vragen rond de in- en uitstroom van werknemers (flow),
de samenstelling van het personeelsbestand (stock), de omvang van
de participatie in opleidingsinitiatieven of een economische indicator
als omzet. Een tweede categorie wordt gevormd door de zogenaamde
B-vragen. Dit zijn vragen die terugkeren met een veelal tweejaarlijkse
cyclus. In dit gedeelte bevragen we cruciale, maar minder aan verandering
onderhevige thema’s. Terwijl A-vragen voornamelijk betrekking
hebben op kengetallen (bijvoorbeeld de personeelsinstroom), proberen
B-vragen eerder te peilen naar de wijze waarop het ondernemingsbeleid
vorm gegeven wordt. We denken onder andere aan het type wervingskanalen
dat ingezet wordt, de wijze waarop het loopbaanbeleid vormt krijgt
of de keuzes die bij de uitbouw van de arbeidsorganisatie gemaakt
worden. De C-vragen tenslotte laten een éénmalige
verdieping van een specifiek thema toe. Het gaat om de invoering
van variabele modules die uitbesteed (kunnen) worden aan andere
onderzoeksequipes of die ter beschikking gesteld worden aan de opdrachtgevers.
Dit derde deel wordt toegevoegd in het kader van de tweede PASO
doelstelling, meer bepaald het tegengaan van de overbevraging in
organisaties.
top
|